Gedicht van de ,maand | Gelre ziekenhuizen | Gelre ziekenhuizen
alert
Corona

Ons laatste corona-nieuws en de meest gestelde vragen en antwoorden: klik hier

Zorg beter voor elkaar

Gedicht van de maand

Elke maand plaatsen we een nieuw gedicht. Wij zien gedichten (poëzie) als ‘medicijn voor de ziel’. Iets om over na te denken, herkenning in te vinden of kracht. Zoals de Duitse dichter en schrijver Novalis (eind 18e eeuw) al schreef: ‘poëzie heelt de wonden die het verstand geslagen heeft’. 

Erwtjes

Toen ze een meisje was van zeventien
moest ze een hele middag erwtjes doppen
op het balkon. Ze wou de teil omschoppen.
Ze was heel woest. Ze kon geen erwt meer zien.

Toen ging ze maar wat dromen, van geluk,
en dat geluk had niets van doen met erwten
maar met de Liefde en de Grote Verte.
Dat dromen hielp. Het scheelde heus een stuk.

En dat is meer dan vijftig jaar terug.
Ze is nu zeventig en heel erg fit
en altijd als ze ‘s middags even zit,
mijmert ze, met een kussen in de rug,

over geluk en zo. Een beetje warrig,
maar het heeft niets te maken met de Verte
en met de Liefde ook niet. Wel met erwten,
die komen altijd weer terug, halsstarrig.

Ah ja, zegt ze. Ik kan mezelf nog zien,
daar in mijn moeders huis op het balkon,
bezig met erwtjes doppen in de zon.
Dat was geluk. Toen was ik zeventien.

Auteur: Annie M.G. Schmidt
Uit: Weer of geen weer (1954)

Complementary Content
${loading}
Scroll