Atriumfibrilleren (boezemfibrilleren)

Atriumfibrilleren is een veel voorkomende hartritmestoornis. Het kan op alle leeftijden voorkomen, ook regelmatig bij ouderen. Van de mensen boven de 80 jaar heeft 10-15% er last van. Bij atriumfibrilleren wordt het samentrekken van de boezems niet geregeld via de regelmatige elektrische prikkel van de sinusknoop. De boezems geven zelf elektrische prikkels af, echter onregelmatig en veel meer dan de sinusknoop, waardoor de kamers onregelmatig en te snel gaan samentrekken.

De klachten die u kunt ervaren zijn hartbonzen, transpireren, duizeligheid, moeheid of een onprettig gevoel. Sommige mensen hebben afwisselend een normaal hartritme en atriumfibrilleren. Zij kunnen met name last hebben van de overgang tussen beide ritmes. Omdat de boezems hun bloed niet goed kunnen wegpompen bestaat het risico op stolselvorming in de boezems. Deze stolsels kunnen met het bloed worden meegevoerd en zo een vaatafsluiting ergens anders in het lichaam veroorzaken, bijvoorbeeld in de hersenen, wat dan een beroerte tot gevolg heeft.
Behandeling van atriumfibrilleren is van belang om klachten te verminderen en complicaties te voorkomen.

Onderzoeken bij atriumfibrilleren

De meest voorkomende onderzoeken die u waarschijnlijk krijgt zijn: 

  • een electrocardiogram (ECG); het ‘hartfilmpje’. Hierbij wordt er gekeken naar de elektrische activiteit van het hart; 
  • een echocardiogram. Hierbij wordt met behulp van geluidsgolven (echo) het hart in beeld gebracht. Meer informatie over dit onderzoek vindt u in de folder ‘Echocardiogram’.

Behandeling van atriumfibrilleren

De behandeling van atriumfibrilleren is divers en  afhankelijk van de klachten die u ervan ondervindt. Wij proberen een programma op maat te maken en u zo goed mogelijk van informatie te voorzien. De behandeling van atriumfibrilleren kan als volgt worden ingedeeld:

  • Ritmecontrole: Als het mogelijk is zal het atriumfibrilleren worden omgezet in een normaal hartritme. Dit kan soms met medicijnen of anders met een elektrische cardioversie. Meer informatie hierover vindt u in de folder ‘Cardioversie’. Vaak is het ook hierna noodzakelijk om medicijnen te blijven gebruiken om terugkeren van het atriumfibrilleren tegen te gaan.
  • Frequentiecontrole: Als het niet nodig of niet mogelijk is om het atriumfibrilleren om te zetten in een gewoon ritme, dan zal de te snelle hartslag (het samentrekken van de kamers) worden vertraagd met medicijnen.
  • Antistolling: Verder krijgt u bloedverdunners om het ontstaan van stolsels in het hart te voorkomen. Meer informatie over bloedverdunners vindt u in de folder ‘Informatiefolder trombosedienst’.
  • In uitzonderlijke situaties is het mogelijk het atriumfibrilleren te verhelpen door een zogenaamde ablatie. Dit is een behandeling waarbij met een soort wisselstroom kleine littekentjes in de boezem worden aangebracht om de plaats(en) waar de abnormale prikkels ontstaan uit te schakelen. Meer informatie over een ablatie vindt u in de folder ‘EFO en Ablatie’ van de Nederlandse Hartstichting (alleen via de website van de Hartstichting: https://www.hartstichting.nl/downloads/Brochure-efo-en-ablatie).

Deze website gebruikt cookies om u de best mogelijke ervaring te geven.

Strikt noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren en gebruik te maken van de verschillende functies op de website.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor u een betere gebruikerservaring krijgt.
Online surfgedrag/reclamecookies
Deze cookies worden enkel ingezet voor het kunnen afspelen van YouTubevideo's via onze website. Er worden dus geen gegevens verzameld voor reclamedoeleinden.

Meer weten