TIA

Van een beroerte spreek je pas als de symptomen langer dan 24 uur aanhouden. Verdwijnen de symptomen eerder, dan spreek je van een TIA. De afkorting staat voor een Transiënte Ischemische Aanval (transiënt = voorbijgaand, ischemisch = de bloedtoevoer belemmerend). De symptomen van een TIA zijn dezelfde als die van een beroerte, hoewel meestal vrij mild en altijd tijdelijk.

De grenslijn van 24 uur is vrij willekeurig gekozen. Waar het om gaat, is dat een TIA na korte tijd is verdwenen, terwijl een beroerte langere tijd aanhoudt. Een TIA richt vrijwel geen schade aan, maar een beroerte meestal wel. Hoe verschillend ook de gevolgen, het ziekteproces is gelijk. Een TIA is een miniberoerte, waarbij de embolie korte tijd een slagader in de hersenen afsluit. Heb je eenmaal een TIA gehad, dan neemt het risico op een tweede TIA flink toe. Een TIA moet je zien als een waarschuwing. Stollingwerende medicijnen en het vermijden van risicofactoren voor slagaderziekte kunnen het risico op een tweede TIA aanzienlijk kleiner maken.

Verschillende oorzaken, verschillende onderzoeken

Na een TIA volgen er in het ziekenhuis verschillende onderzoeken. De onderzoeken zijn er vooral op gericht om een (volgende) tia te voorkomen. Om dat risico kleiner te maken, moet een dokter de ziekte goed begrijpen. 
Slagaderziekte wordt anders behandeld dan boezemfibrilleren en boezemfibrilleren weer anders dan een gaatje in de tussenwand van het hart. Een hartfilmpje of ECG dient om te beoordelen of boezemfibrilleren een rol speelt. Een echografie van de halsslagader maakt duidelijk of het risico op een embolie, door slagaderziekte, verhoogd is. Eventuele schade aan de hersenen wordt in beeld gebracht door een CT-scan of een MRI-scan van de hersenen.

FAST – herkennen van een TIA of beroerte

Voor een TIA of beroerte geldt hetzelfde als voor een hartinfarct, hoe sneller in het ziekenhuis hoe beter. Door krachtige stollingwerende medicijnen kan de afsluiting van de slagader in de hersenen in bepaalde gevallen worden opgelost, waardoor de schade beperkt blijft. Voor omstanders is het belangrijk een beroerte snel te herkennen en 112 te bellen. 
Hoe herken je een beroerte? Daarvoor bestaat een simpele procedure die bekend is onder de naam FAST (Face, Arm, Speech, Time). Je hoeft geen dokter te zijn om met FAST de uiterlijke kenmerken van een beroerte vast te kunnen stellen.

Face heeft betrekking op een abnormale houding van de mond. Vraag om te lachen en de tanden te laten zien. Hangt de mond scheef, dat wil zeggen met een mondhoek duidelijk naar beneden?

Arm heeft betrekking op een abnormale houding van de arm. Vraag om de ogen dicht te doen en beide armen recht vooruit te strekken, handpalm naar boven en dat dertig seconden volhouden. Bij een beroerte zal een van beide armen naar beneden zakken of rond gaan zwalken. Om verwarrend corrigeren tegen te gaan is het belangrijk de ogen gesloten te houden.

Speech heeft betrekking op het spraakvermogen. Stel een simpele vraag. Welke dag van de week is het vandaag? Waar zijn we nu? Let op onduidelijk en verward spreken.

Time heeft betrekking op het tijdstip van de beroerte. In het ziekenhuis willen ze dat graag weten, omdat de behandeling van een beroerte die zich kort geleden voor heeft gedaan anders is dan van een oudere beroerte. Noteer daarom het tijdstip dat je de beroerte constateert.

Deze website gebruikt cookies om u de best mogelijke ervaring te geven.

Strikt noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren en gebruik te maken van de verschillende functies op de website.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor u een betere gebruikerservaring krijgt.
Online surfgedrag/reclamecookies
Deze cookies worden enkel ingezet voor het kunnen afspelen van YouTubevideo's via onze website. Er worden dus geen gegevens verzameld voor reclamedoeleinden.

Meer weten