Dikke darmkanker

Dikke darmkanker is een veelvoorkomende vorm van kanker. De medische naam voor dikke darmkanker is coloncarcinoom. Dikke darmkanker komt vooral voor bij mensen van zestig jaar en ouder. Maar ook op jongere leeftijd kan dikke darmkanker optreden. Dikke darmkanker komt iets vaker bij mannen voor dan bij vrouwen.

Poliepen

Dikke darmkanker ontstaat vrijwel altijd uit een poliep. Een dikke darmpoliep is een woekering van het slijmvlies van de dikke darm. De meeste poliepen zijn goedaardig en blijven dit ook. Slechts in een klein percentage poliepen komen ‘onrustige cellen’ voor. Als kwaadaardige cellen in de wand van de dikke darm groeien, spreken we van dikke darmkanker.

Mogelijke oorzaak van dikke darmkanker

Bij ongeveer 5-10% van mensen met dikke darmkanker is erfelijkheid de oorzaak. Deze erfelijke vormen van darmkanker ontstaan meestal op jonge leeftijd (voor het 50e levensjaar). Patienten met een eerstegraadsfamilielid (ouders broers of zussen) met een darmkanker onder de 50 jaar, of patienten met drie of meer (eerste- of tweedgraads) familieleden met darmkanker onder de 70 jaar hebben een verhoogde kans op het zelf ontwikkelen van een darmkanker.

Voor het ontstaan van niet-erfelijke dikke darmkanker zijn een aantal factoren bekend die de kans hierop vergroten:

  • De kans op dikke darmkanker neemt toe met de leeftijd, met name vanaf 50 jaar.
  • De aanwezigheid van poliepen.
  • Mensen die al eerder dikke darmkanker hebben gehad hebben een grotere kans om opnieuw darmkanker te krijgen.
  • Dikke darmkanker in de familie (zie boven).
  • Patiënten met colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn hebben een licht verhoogde kans op darmkanker. Regelmatige controle is daarom belangrijk.
  • Roken en overmatig alcoholgebruik lijken de kans op dikke darmkanker te vergroten.
  • Weinig bewegen én overgewicht zijn risicofactoren voor dikke darmkanker.

De diagnose

De huisarts kan u bij klachten of (erfelijkheids-) vragen verwijzen naar de maag-darm-leverarts (MDL-arts). Deze zal een aantal vragen stellen en zo nodig onderzoek verrichten om de juiste diagnose te stellen:

1- Bloedonderzoek
Soms wordt bloedonderzoek verricht. Darmkanker kunnen we niet door bloedonderzoek op sporen, maar wel kan er sprake zijn van bijvoorbeeld bloedarmoede. Dit kan soms een eerste gevolg zijn van darmkanker. Wanneer u al eerder dikkedarmkanker heeft gehad, dan wordt in het bloed het CEA-gehalte gecontroleerd. CEA is de afkorting van Carcino-Embryonaal-Antigeen. Een verhoogd CEA kan wijzen op terugkeer van de ziekte.

2- Kijkonderzoek
Tumoren in de dikke darm worden meestal opgespoord door middel van een kijkonderzoek van de dikke darm (coloscopie of sigmoïdoscopie). Tijdens dit kijkonderzoek kan de arts door middel van een flexibele slang via de anus in de dikke darm kijken. Poliepen kunnen tijdens het onderzoek meteen worden verwijderd. Dit heet een poliepectomie. De arts kan ook een hapje weefsel (biopt) nemen uit de wand van de darm of uit een poliep. Het weggenomen weefsel wordt vervolgens in het laboratorium onder de microscoop onderzocht.

3- Röntgenonderzoek
Soms lukt het niet om de hele dikke darm met een kijkonderzoek te bekijken. Dan kan de arts ervoor kiezen om een röntgenonderzoek te laten verrichten. Tegenwoordig betreft dit vaak een CT-colonografie, dwz een CT-scan speciaal gericht op de dikke darm. 

Heeft u een afwijkende coloscopie?

Als bij de coloscopie afwijkingen worden gezien die kunnen passen bij darmkanker, dan worden er enkele hapjes van het weefsel genomen. Deze worden onder de microscoop bekeken. Na het onderzoek bespreekt de arts de uitslag met u en uw eventuele begeleider. Er wordt bloed bij u afgenomen en u krijgt een aantal afspraken mee.

Als eerste krijgt u een afspraak bij de MDL verpleegkundige. Zij maakt en coördineert de afspraken voor beeldvormend onderzoek (CT-scan).  Met beeldvormend onderzoek kan de arts vaststellen hoe ver de tumor is doorgegroeid in de darmwand. Ook kunnen eventuele uitzaaiingen worden opgespoord. Uitzaaiingen ontstaan bij dikke darmkanker meestal in de lever of in de longen.

U krijgt alle uitslagen op de polikliniek te horen van een MDL-arts. In Gelre ziekenhuizen worden alle patiënten na het onderzoek in een multidisciplinair team besproken om de diagnose vast te stellen en om gezamenlijk een behandelplan te maken.

Deze website gebruikt cookies om u de best mogelijke ervaring te geven.

Strikt noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren en gebruik te maken van de verschillende functies op de website.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor u een betere gebruikerservaring krijgt.
Online surfgedrag/reclamecookies
Deze cookies worden enkel ingezet voor het kunnen afspelen van YouTubevideo's via onze website. Er worden dus geen gegevens verzameld voor reclamedoeleinden.

Meer weten