Veel voorkomende ingrepen zijn de keelamandel operatie, neusamandel operatie en plaatsen van trommelvliesbuisjes. Op de website van KNO vindt u hier specifieke informatie over, zoals de folders en fotoverhalen om met uw kind te lezen.
Onderstaande informatie geldt voor de meeste ingrepen:
Wanneer uw kind voor een operatieve ingreep komt, heeft u meestal een heel traject achter de rug. Ter voorbereiding komt u met uw kind naar de kinderafdeling. Op het verpleegkundig spreekuur vertelt de verpleegkundige over de gang van zaken bij de ziekenhuisopname.
Ook brengt u een bezoek aan de anesthesist. Hij/zij bespreekt met u alles rondom de narcose die uw kind krijgt.
U krijgt ook voorlichting over de narcose en hoe de operatie gaat van de pedagogisch medewerkster.
Kinderen vanaf ongeveer 2 jaar tot en met de basisschoolleeftijd krijgen een koffertje met voorlichtingsmateriaal mee naar huis. Dit koffertje levert u weer in als uw kind wordt opgenomen.

Op de dag van de operatie krijgt uw kind krijgt ter voorbereiding een zetpil en eventueel verdovingszalf voor de prik. De kleinere kinderen worden meestal onder narcose gebracht met een kapje, de grotere kinderen met een prik (infuus).
Wanneer uw kind naar de operatiekamer gaat, mag één van de ouders mee totdat uw kind in slaap is. Na terugkomst van de operatie- en uitslaapkamer, komt uw kind weer op de kamer van de kinderafdeling. Vanaf dat moment moet uw kind minimaal nog drie uur in het ziekenhuis blijven. Uw kind mag weer naar huis als het gedronken, gegeten en geplast heeft en alle controles goed zijn. Soms moet de arts eerst uw kind gezien hebben voor ontslag. In dat geval kan de opname een hele dag in beslag nemen.
Op de dag van de ingreep mogen ouders/verzorgers vanzelfsprekend aanwezig zijn. Het is niet de bedoeling dat er ander bezoek meekomt. Bij het ontslag krijgt u een vervolgafspraak en instructies mee voor de nazorg.



